Auteur: Ruud

  • Zijn goede vrienden ook een goed team?

    “Hoe zorg je ervoor dat je een groep goede vrienden met een gelijke interesse kunt sturen naar nog meer werkplezier en succesvol team?” 

    Dat was de vraag die ik mij stelde toen ik voor het eerst de dagelijkse leiding kreeg over een aantal servicemonteurs. Mijn eerste managementervaringen, meer specifiek mijn eerste ervaringen als teamleider.

    Voorheen had ik samengewerkt met én in deze groep, uiteraard was dat toen in een andere functie. Ik had echt het idee dat het vrienden waren. De een wat meer dan de ander, dat wel uiteraard, maar toch. Bovendien wist ik zeker dat ze eenzelfde interesse en motivatie hadden om daar te werken. Dat ze een bepaalde mate van trots bezaten om deze functie te vervullen binnen deze organisatie. 

    Een plaatje wat niet bestaat, nu niet en toen evenmin. Maar wel een plaatje waar je maar wat graag in wenst te geloven.

    papieren rompslomp

    Ik voelde mij toen ik in deze organisatie startte als technisch-administratief medewerker, welkom geheten door iedereen. Met name door de groep servicemonteurs. Zij hadden er het meeste baat bij.  Een extra persoon die onder meer een deel van de papieren rompslomp ging doen, de planning zou ondersteunen, die altijd op kantoor zat naast een telefoon en waar ze gedurende de dag ieder wissewasje kwijt konden. En ik? Ik vond het prachtig, pakte alles op wat mij gevraagd werd. Geen wonder dat je zo iemand de vriend hield. 

    Als onze leidinggevende mij waarschuwde: ’pas op, ze gebruiken je’, wimpelde ik het af met te zeggen: ‘ach wat, ik let wel op hoor, het gaat toch goed?’ Jazeker ging het goed, er was eindelijk iemand binnen gekomen die met veel plezier alle werk oppakte en zelfs nog meer. 

    De organisatie groeide hard en op gegeven moment werden de poppetjes verschoven.

    een nieuwe rol

    Zo zat ik ineens niet meer in het team, maar was het mijn team. Al had ik dat niet zo in de gaten. Een valkuil waar ik geen weet van had. Misschien wel daardoor trapte ik erin, sterker nog, ik was meer bezig met mezelf om te zorgen dat ‘mijn’ groep succes zou generen door opeens harder te gaan werken, beter te luisteren, door volgzaam te zijn zoals ik dacht dat ze waren. Hoe dat kon? Het waren toch mijn vrienden.

    Ik had niet in de gaten wat ‘mijn jongens’ bewoog, wist niet waarvoor ze iedere ochtend uit bed stapten en ook niet wat hun talenten en drijfveren waren. Ik had er wel een rotsvaste gedachte over. Iets wat ik zelf invulde, meer iets wat ik wenselijk vond. Zeker niets gebaseerd op de realiteit.

    Verder had ik er ook nooit over nagedacht dat ik in mijn nieuwe rol opeens minder vrienden overhield. In mijn vorige functie werd ik gezien als een gelijkgestemde, die de leidinggevende assisteerde en deze ook kon beïnvloeden. In hun voordeel. Daarom was ik hun ‘vriend’ dat was hun definitie van vrienden. Ook onderling. Had ik ooit gehoord over what’s in it for me? Misschien wel, al realiseerde ik mij niet dat dit ook voor andere net zo goed gold als voor mij.

    Een heel leerzame start, al had ik dat toen als zodanig niet in de gaten. Dat zou nog wel een paar jaar duren. Teveel bezig met wat jij zelf wilt bereiken wat er van jou wordt verwacht. Een uitdaging waarin je graag wilt scoren, er is tenslotte vertrouwen in jou

    de praktijk als leerschool

    Mijn leerschool om een team te snappen en er sturing aan te geven was geopend. Een leerschool die dagelijks opzienbarende lesjes voor mij in petto had, een opleiding die zou voortduren en doet dit nog steeds. Ik leer iedere dag nog bij.

    Gelukkig was ik toen eigenwijs en niet bang om eigenwijs te zijn, dus kon ik heel veel praktijkervaring opdoen! En dat deed ik. Ik bleef proberen al dan niet met succes, met vallen en opstaan en weer harder vallen. Soms in vertwijfeling, dan weer vol zelfvertrouwen. Maar heel vaak was er geen tijd voor, de organisatie groeide hard en tal van andere ontwikkelingen zorgde voor nieuwe kansen. Via diverse meer of minder succesvolle managementfuncties ben ik mij steeds blijven verdiepen in het fundament van ieder team.

    gesprekken

    Via observaties en veel gesprekken met andere teamleden en teamleiders ben ik erachter gekomen dat er weinig teams lekker functioneren. Van nature is er moeilijk te spreken over een vorm van teamgeest die iedereen aanneemt.

    Teamleden zijn vaak toch bezig om vanuit de kennis en ervaring te functioneren, ze halen hieruit dan vaak de basis en macht om zich verder te ontwikkelen binnen of buiten de organisatie. Met het team zijn ze niet bezig, of het moet voordeel op leveren. Het team of teamleden worden alleen maar gebruikt als dit voordelig is. En ze laten zichzelf ook alleen maar gebruiken als ze dit kunnen opvoeren op hun balans. 

    Meestal is dat lange tijd ook niet nodig. Dat wil zeggen zolang iedereen zich happy voelt met het uitwisselen van team acties is er niks aan de hand. Problemen en het ter discussie stellen van teamgeest of het gedrag als teamplayer komt pas naar voren wanneer er een kink in de kabel komt. 

    verrassingen op Texel

    Voorbeeld? Stel er is een regeling voor het lopen van een storingswachtdienst. De afspraak is; iedereen loopt een week van vrijdag tot en met vrijdag. Er is een wachtmonteur en een piketmonteur. Iedere monteur is eens per vier weken wachtmonteur of piketmonteur. Het wisselen van de wacht of piket regelen de monteurs zelf onderling. 

    Stel Jan heeft wachtdienst in de week dat hij verjaardag heeft. Het hele weekend is besloten om met zijn gezin naar Texel te gaan. Een bungalow gehuurd en allemaal verrassingen en plannen om dit heugelijke feit te vieren. Voor wat betreft de vervanging van de wacht maakt hij zich geen zorgen, toen Piet drie jaar geleden soortgelijk feest had, heeft Jan zonder problemen zijn wacht overgenomen. 

    Rolling Stones in de Arena

    Maar helaas, de Rolling Stones komen naar de Arena en Piet als grote Stones fan gaat geen wacht draaien maar naar Amsterdam om het concert der concerten bij te wonen. Bij Hans hoeft hij niet te vragen die heeft piket en bij Frans ook niet, want die is altijd bezig met het wisselen van zijn wacht zonder er ooit een over te nemen. Jos zou een goede mogelijkheid zijn, die zou het ook zo doen, maar die ligt met een hernia in bed. Het wordt dus magertjes, dadelijk kan Jan niet naar Texel om zijn verjaardagfeest vol surprises te vieren. 

    Jan voelt zich al dan niet terecht in de steek gelaten door zijn vrienden, het team. Hij is van mening dat hij altijd voor iedereen paraat staat en nu hij een beroep doet op het team is niemand thuis. ‘Laat ze in de toekomst nog maar eens komen vragen voor een wacht te ruilen.’ vertelt hij zijn teleurgestelde vrouw. ‘Je had dit ook eerder moeten regelen Jan, ik ga Ruud bellen. Het kan toch niet zo zijn dat jij niet mee kan naar Texel’ 

    Uiteindelijk komt het goed; dat wil zeggen, Jan kan naar Texel, maar het team is wakker geschud en heeft wel een veeg meegekregen. Vertrouwen en onderlinge balansen blijken niet het evenwicht te bezitten waarvan steeds blindelings werd uitgegaan.

    verschillende rollen

    Bij een team wordt makkelijk voorbijgegaan aan de andere teamleden. Ieder teamlid vervult binnen een team meerdere rollen zonder dit in de gaten te hebben.

    De rol die binnen het team min of meer wel wordt herkend is de functionele rol. Die komt in eerste instantie voort uit je plek in de organisatie, maar ook spelen leeftijd, ervaring, opleiding een rol. 

    Een rol die veel bepalender is binnen een team is minder bekend. Meestal is deze niet eens bekend bij jezelf, om maar te zwijgen over de acceptatie ervan. 

    Bedenk daarnaast dat teamleiders over het algemeen niet bezig zijn met teamgedrag, een moeilijke en ondankbare taak die ze liever op haar beloop laten. 

    Weinig teams hebben teamleden die elkaar begrijpen gedurende de dagelijkse bezigheden. Weinig teams hebben enig benul hoe er gereageerd wordt in noodsituaties door andere teamleden. Je moet dan maar eens uitleggen hoe je een noodsituatie als team te lijf gaat. Een dor toevalligheden bij elkaar gestopt groepje van mensen die dan opeens ook teamleden genoemd worden. Die zichzelf niet kennen, laat staan de andere teamleden.

    je team mêleren

    Er wordt bij voorkeur gekeken naar opleiding, ervaring en eigenschappen die noodzakelijk zijn voor de functie en goed passen bij het bedrijf of organisatie. Meestal is dat de gedachte en het gevoel van de leidinggevende. Die zoekt dan graag ‘gelijkgestemden’ en ’vrienden’, terwijl een relatie op zakelijk gebied en een team op zakelijk gebied meer baat heeft bij een gemêleerd gezelschap. Een groep die elkaar begrijpt en aanvult, weet wie wat kan doen, hoe een team succesvol en met wederzijds respect het beste kan presteren. 

    Je hebt dus een goed beeld nodig van de rollen die een teamlid wil en kan vervullen. Om hierachter te komen laat je een Belbin test uit voeren. Aan de hand van de bevindingen kun je gefundeerd de eventuele plek in je organisatie bepalen.

    je bestaande team en nu? 

    Maar ook wanneer je al een bestaan team hebt is het goed om iedereen een Belbin test te laten doen. De kennis die je hieruit haalt is op de eerste plaats waardevol voor ieder individueel teamlid. Wanneer je de resultaten goed weet te interpreteren is het ook goed te accepteren. 

    Dit is de basis om je kennis te delen binnen het team. Wanneer je dit in een team bijeenkomst kan iedereen starten met te schitteren in zijn of haar natuurlijke rol. 

  • BESTAAT JOUW TEAM UIT VOLDOENDE TREKVOGELS ?

    Er wordt graag een metafoor getrokken met de trekkende vogels naar het zuiden voor wat betreft de teamgeest, de natuurlijke teamgeest van deze trekvogels. Ze wisselen elkaar af en zorgen ervoor dat met de minst mogelijke inspanning de overtocht wordt bereikt.

    Vandaar nu de vraag:

    bestaat jouw team uit voldoende trekvogels. 

    Inderdaad, de overtocht wordt bereikt met een zeer efficiënte toepassing van kracht en energie. Noodzakelijk om deze gigantische tocht te overbruggen. Terecht wordt er met ontzag door team specialisten naar gekeken, of is het misschien onterecht?

    Misschien moeten de vogels de overtocht op deze manier doen omdat ze het op een andere manier niet halen? Dat het afwisselen van het voorop vliegen geen doordachte vorm van teamgeest is maar bittere noodzaak? Een vorm van instinctieve overlevingsdrang?

    Een andere kijk op deze trektocht, die ondermeer de zwanen moeten doen is omdat ze niet zoals mensen een verwarming kunnen aanzetten in hun nest om zich te beschermen tegen de vrieskou. Willen ze de kou overleven dan moeten ze wel naar warmere oorden trekken.

    “Misschien bagatelliseer ik dit”

    Evengoed kunnen we er iets van opsteken met betrekking tot de ontwikkeling van een betere teamgeest in het team. Of het gedrag van de zwanen voortkomt uit noodzaak of niet, wij hebben een keuze.

    Tenminste dat denken wij. Hebben wij een keuze om al dan niet samen te werken, een team te vormen? Kunnen we vrij beschikken over het al dan niet samenwerken? Ik denk van niet.

    Niet samenwerken, geen team vormen is jezelf al snel tekort doen. Dit wordt keer op keer in talloze studies bewezen. Dit behoeft geen betoog.

    Samenwerken kent meerdere voordelen.

    Een belangrijkere vraag is hoe je een goed team vormt. De trekvogels hebben hierin weinig keuze. Het is een eenvoudige onderneming. Gechargeerd komt het erop neer dat je voorop vliegt totdat je ‘op’ bent en afgelost wordt. Als dank mag je genieten van een lagere luchtweerstand totdat je weer aan de beurt bent om vooraan te vliegen.

    Binnen onze ondernemingen hebben we meer complexe uitdagingen. Uitdagingen waar verschillende talenten noodzakelijk zijn voor een succesvol team.

    Daarin ligt tevens de uitdaging; 

    ontdek de talenten van je teamleden!

    Met die wetenschap heb je een waardevolle basis om een team de trektocht naar betere oorden efficiënt te laten ondernemen. Er zijn meerdere methodes om de talenten bij de teamleden zichtbaar te krijgen. Met de BELBIN werk je met een wetenschappelijk onderbouwde methode.

    Kortom, het wordt inzichtelijk waar je teamleden goed in zijn en hoe ze verwachten dit in te kunnen inzetten in hun organisatie. Ze geven een blik in hun eigen ‘excelleer-mogelijkheden’ ten behoeve van de organisatie. Het geeft je de sleutel om effectievere teams te vormen door de individuele talenten van je teamleden te herkenen en te vormen. Hierdoor kun je de juiste persoon op de juiste werkplek laten excelleren.

    Je leert je medewerkers optimaal gebruik te maken van elkaars karakter. De bedrijfscultuur van je organisatie wordt aangenaam en optimaal voor ieder teamlid omdat je een helder beeld hebt, sorry, iedereen een helder beeld heeft van de persoonlijke natuurlijke rollen.

    Geen softe aanpak maar een transparante visie voor alle teamleden waarbij succes voor het hele team voorop staat. Iedereen krijgt de kans om zoveel mogelijk dat te doen waar hij goed in is.

    In deze trektocht naar betere oorden hoeft niet iedereen voorop te vliegen. Stel jij bent goed in ‘een oogje in het zeil houden’ en ziet of er gevaren dreigen, dan is dat je taak in het team. Gewoon omdat je daar goed in bent en het team daarvan profiteert.

    De trektocht van de organisatie kan op ieder moment starten en als u het mij vraagt, beter vandaag dan morgen!

  • Belbin is meer dan “dat programma met die teamrollen”.


    Ik schreef er een blog over en geef in een interview weer waarom dit zo is. Ook binnen loopbaancoaching kun je bijvoorbeeld de Belbin 360 graden test heel doeltreffend toepassen om bijvoorbeeld een kandidaat meer zelfkennis mee te geven of zijn zelfvertrouwen te vergroten.
    Wil je weten hoe ?
    Lees de blog via deze url en op het einde van de blog het interview dat ik gaf.

    Belbin is meer dan “dat programma met die teamrollen”.

    Een test om meer zelfvertrouwen en meer zelfinzicht te krijgen, zo beschrijf ik de Belbin-test, meer specifiek de Belbin 360 graden test.
    Belbin is meer dan “dat programma met die teamrollen”.

    In mijn laatste interview haal ik het aan als het gebruikte instrument om een kandidaat meer zelfvertrouwen te geven. Meer inzicht in haarzelf waardoor ze de eerste stappen kan zetten om uit haar rouwproces te stappen. En vervolgens stappen kan zetten in haar carrière, iets wat ze al weet ik hoe lang wilde, maar ze wist niet hoe. 

    Hoe werkt dat dan? 

    De Zelfperceptie

    De Belbin test start zoals iedere test met een aantal vragen. Dat is bij Belbin niet anders, of je deze inzet voor de teamrollen, je natuurlijke rollen, een loopbaantraject of zoals in het geval bij het interview, bij een spoor twee traject.

    Je vult zelf zeven vragen in. Vragen die praktijksituaties beschrijven en je vragen hoe jij hierop reageert, wat je actie zal zijn. Zeven vragen dat is alles, simpel hé? Nou was het maar waar, je krijgt bij iedere situatieschets de mogelijkheid om uit acht antwoorden te kiezen. Nou ja mogelijkheid, je moet uit die acht antwoorden kiezen. Gelukkig mag je wel meer dan één antwoord kiezen, sterker nog, je mag ze alle acht kiezen. Zolang je maar 10 punten verdeeld over de acht antwoorden.

    Iets minder simpel denk je misschien, maar het geeft je wel de gelegenheid om je reactie zo goed mogelijk weer te geven. Hieruit worden in ieder geval je natuurlijke rollen gedestilleerd. 

    360 graden feedback

    Ikzelf pas altijd de 360 graden test toe, waarbij je ook een aantal observanten vraagt een vragenlijst in te vullen. De observanten zijn dan vaak familie, vrienden, bekenden en collega’s. Zij geven aan hoe ze je kennen en ervaren, hoe je op hen overkomt.

    De uitkomst hiervan wordt ook weer vertaald in jouw natuurlijke rollen. Deze vertaling wordt naast de uitkomsten van je eigen observatie gelegd waarover een uitgebreide rapportage wordt gegeven. 

    Het volledig kandidaatrapport

    Het resultaat is afhankelijk van de mate van nauwkeurigheid van het invullen van de testen. Door dit duidelijk aan te geven aan de kandidaten komen er steeds weer verbluffend herkenbare resultaten uit. Ze bevestigen dat veel van je gevoel klopt en dat je nu ook weet hoe je dit kunt bevestigen en duiden, bijvoorbeeld in een sollicitatiegesprek.

    Maar het geeft je, zeker na het zorgvuldig doorlopen van het rapport met je Belbin coach, steeds meer zelfvertrouwen. De analyse van de observanten kunnen dit zelfvertrouwen vaak bevestigen.

    Met dit zelfvertrouwen verder gaan in het spoor twee traject helpt steeds weer om de weg naar een nieuwe leuke passende baan te versnellen. 

    Over Ruud Schols

    Ruud werkte (tot 2024) als zelfstandig consultant waarbij hij zich heeft toegelegd op de drijfveren en natuurlijke rollen van individuen en teams, waarbij de Belbin methodiek een geschikt fundament bleek. In aanvulling hierop worden methodieken en andere modellen waaronder zijn eigen ’Cultuurdiagnose’ en ‘Business modelling’. Hieruit past hij meerdere succesvolle coachtrajecten met een kenmerkende aanpak.

    Zie hier een praktijkervaring. 

  • TROUW ZIJN AAN EEN AUTOMERK

    De oude Saab 900 rijdt rustig weg. Het is een 900 uit de eerste serie, een echte Saab nog. Een Saab vanuit de tijd dat de merkentrouw bij Saab zeer hoog was. Nu is Saab failliet, maar deze Saab 900 rijdt rustig weg, hoogstwaarschijnlijk met een zeer trouwe Saab liefhebber aan het stuur.

    Het trouw zijn aan een automerk, dat is zo goed als vervlogen. Ooit werden er jaarlijks onderzoeken uitgevoerd naar de trouwheid van de kopers aan ieder automerk. De uitslagen met de duidelijke percentages werden vol trots gepubliceerd. Zeker door de uitschieters met percentages ver boven de zeventig procent!

    Het was toen ook een grapje om te zeggen: ‘pas op als je nu Volvo gaat rijden! Je wil nooit meer iets anders.’ De groep van trouwe merkrijders die hun automerk een warm hart toedroegen, waar zijn ze gebleven? Ik zie ze nog wel in mijn omgeving. Ik ken mensen die nu in hun zevende BMW rijden. Bekenden die ik nooit anders heb gezien dan in een Citroën, of mensen die niet afkomen van het merk Alfa Romeo.

    Je kunt je twee dingen afvragen: waarom waren er toen mensen trouw aan een automerk of waarom zijn ze dat nu niet meer?

    Om met het laatste te beginnen. Heeft dat de autobranche niet zelf veroorzaakt? Op een gegeven moment worden automerken niet meer met passie verkocht. Met passie voor het automerk wel te verstaan.

    Er ontstaan acties met kortingen, fikse kortingen en allerhande niet automerk gerelateerde argumenten om auto A te kiezen boven auto B. De commercie heeft de passie uit de automerken gezogen. Doe daar nog een sausje ‘leasen’ en de ‘auto van de zaak’ over heen, waarmee het laatste vleugje emotie helemaal verdwijnt.

    Opeens rijden je vrienden en bekenden niet meer in het merk waar ze zo vurig en met fonkelende ogen liefdevol over spraken. De auto wordt meer en meer een gebruiksvoorwerp waar een prijskaartje aan hangt.

    De emotie speelt steeds minder een rol. Het passionele gevoel bij een automerk vervaagt. Het maakt plaats voor een koele opsomming van rationele voordelen van het model der keuze. Vaak aangevuld met een rijtje van standaardvoorzieningen die het gemis aan hun oude liefde van een automerk moet goed maken.

    Daarin ligt misschien ook het antwoord op de vraag waarom de merkentrouwheid praktisch is verdwenen. Een overvloed aan aanbod, waarbij de reclame uitingen voornamelijk op volledige uitrusting zijn gebaseerd. Samen met de aantrekkelijke prijs en financieringsvoorwaarden. Tegenwoordig moet je daarvan fonkelen.

    Een aantal decennia geleden had een automerk nog een ziel. Een eigen karakter. Hieruit ontstond min of meer logischerwijs een merken trouwheid.

    Nu zijn de merken steeds meer met elkaar verweven. Kan ook niet anders, wanneer je bedenkt dat de techniek vaak hetzelfde is. Het verschil moet je nu zoeken in andere zaken.

    Het wordt tijd om de merkentrouwheid op een ander niveau te benaderen. Het wordt tijd om de passie bij de dealer te ontdekken. Welke dealer kan de passie van weleer overbrengen waarmee merken-trouwheid dealer-trouwheid wordt?

    Ook dat lijkt niet meer mogelijk, sterker nog, een dealer wordt steeds vaker als overbodig gezien. Online kun je alles bekijken vergelijken en zelfs al bestellen.

    Daarmee wordt een auto steeds vaker een gebruiksvoorwerp wat je niet hoeft te bezitten en dat helpt niet om merkentrouw te bevorderen.

    Soms is het toch echt wel zo dat het vroeger beter was denk ik dan met weemoed aan de goede oude tijd.

  • Herald

    Toen,

    Wij waren nog drummeltjes en vonden auto’s heel erg spannend! En vooral ikke.

    Toen,

    Wij hadden geen auto, pap en mam hebben een gitzwarte Gazelle met dichte zwarte jasbeschermers van leer en met heuse trommelremmen. Bediening via handgrepen waarmee je via een stangenstelselarsenaal de rem deed bedienen.  Gouden sierletters en een gouden gazelle op de framestangen verfraaien de zwarte rossen, fraai met een beugelstandaard die je vastklikt aan de onderkant van de bagagedrager. En dat doe je beter maar goed stevig want anders laat het gevaarte ratelend over straat los.

    Ons hongerig auto enthousiasme moeten we stillen met de bezoeken van onze ooms met hun auto’s. Gelukkig hebben we er veel!

    Oom Frans, broer van pap laat ons eerst genieten van zijn Opel Rekord, een P2 en daarna van een Mercedes 190D, de W110, 

    Of ome Hub met zijn Mini, pijp in het midden en super luid. Altijd Napoleon snoepjes in een bakje voor de versnellingspook. 

    Ome Sef met zijn Eend, en Azam uitvoering, een luxe eend. Van hem kreeg ik de instructieboekjes nadat hij deze niet meer nodig heeft.

    Deze heb ik natuurlijk helemaal van voor naar achter gelezen, verslonden en bekeken.

    Ome Sjef Coort kocht na zijn FIAT 600 een zeer gedurfde Honda N600, daarna de minstens zo gedurfde Allegro, die moest geregeld gecontroleerd worden op de tectyl behandeling, ik dacht jaarlijks, en dan vindt hij het geen probleem om me in Simpelveld op te halen om mee te gaan. Geweldig! Voorin in de Allegro naar de Dinitrol, een kinderhand is snel gevuld.

    Ome Toon, met zijn besteleend altijd stinken naar verf door de rammelende potten in een houten rek. H. Zautsen en zonen stond op, de zijkant met sierlijke letters.

    En dan natuurlijk ome Jean, die kwam samen met tante Miets met de lelijke eend aanrijden. Nog het model met de deuren die naar voren opengingen en een snelheidsmeter aan de deurstijl. De kabel van de snelheidsmeter dreef ook de ruitenwissers aan. Er was ook een knop om dit handmatig te doen wanneer het echt hard regende of je stil stond. Dat vonden we helemaal te wauw! Zeker wanneer we tijdens stilstand ‘ombeurten’ aan die knop mochten draaien.

    Ontelbare keren heb ik de verhalen gehoord hoe de mensen keken wanneer we met zijn allen ergens stopte en uit die eend stapten. Ome Jean, Pap, Ron en Ed kropen er voor uit en Mam, tante Miets, Geri, Guido, Petra en ik stapten via de achterdeuren uit. ‘Dat ging toen nog’ werd er altijd achteraan gezegd. Soortgelijke tafereeltjes werden herhaald met de volgende auto. 

    De Simca Duizend, die in werkelijkheid een Simca 900 was, maar wij wisten te vertellen dat het de Simca Toezent, en niet anders. Ik herinner me nog dat we op een zonnige vakantiedag helemaal naar de Rode Beek gingen, in Brunssum. Wat er te doen was in die Rode Beek, vond ik niet interessant, de reis heen en terug, dat was pas een wereldreis! Geweldig!

    En daarna kwam de Thriumph Herald. In Green Racing met echt houten Dashbord, lage zitplaatsen en volgens mij de eerste auto waar Tante Miets zorgde voor de gebruikssporen aan de buitenkant, maar dat dan weer nooit opzettelijk. 

    Ze kwam net als ons, we waren al wat gegroeid, net boven de dashboard rand uit om naar buiten te kijken. Ik herinner me dat we eens, ik denk van Oostrum naar het winkelcentrum in Venray zijn gereden. En nu mocht Geri en ik op de voorstoel zitten. Pap is er dus zeker niet bij geweest, maar Tante Miets reed wel. Parkeren ging met Franse precisie en veel gelach vooral van de chauffeuse zelf. Heerlijk!

    De mooiste herinnering die ik heb is de volgende;

    In Simpelveld was een week, misschien twee ervoor voor het eerst de straat voorzien van split, van grint. Onze buurman, mijnheer Santing reed een DAF, zonder differentieel, dus bij scherp draaien wrongen de achterwielen aanzienlijk en als hij de garage in reed, wrongen de achterwielen de split los. Je zag dus een kwart draaicirkel op de weg waar geen split meer lag.

    Op een goede zondag kwamen jullie op bezoek. Met de Thriumph Herald. En die werd netjes op straat geparkeerd. En op de een of andere manier wilden die andere gaan voetballen op straat, dus de Herald stond in de weg. Voetballen was niks voor mij, zeker niet met een auto voor de deur. Die moest ik sowieso eens grondig inspecteren. Ik was daar nog volop mee bezig toen ome Jean aankwam om de Thriumph te verplaatsen. Onze oprit was daarbij de perfecte plek. Terwijl hij instapte vroeg hij mij of ik hem wilde helpen. En zodoende nam ik trots als een pauw plaats op zijn schoot. Voor het eerst zat ik in een auto aan het stuur, een auto die dadelijk ging rijden, echt ging rijden, mensenlief stel je voor! Ik mocht de Thriumph op de oprit rijden. Nog trots kijkend naar de andere jongens waren we al vertrokken. Er moest scherp ingedraaid moest worden wat ome Jean natuurlijk deed. En zo trokken ook wij de grint los in een fijne kwartcirkel richting de oprit.

    Ik ben daar nog jaren mee voor de gek gehouden vooral door Ed en Ron, dat ik een spoor van stuurmanskunst had vastgelegd op straat. Maar dat kon mij niet schelen! Ik had voor het eerst echt zelf auto mogen rijden, van ome Jean, met een heel duidelijk bewijs!

    (uit effe bellen met Mam, aangepast voor het 60 jarig huwelijk van tante Miets en ome Jean)

  • Beschermd: Opa

    Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.